De dichter
Ik ben de dichter
die niet schrijven kan
Ik ben de schepper
zonder handen
Ik ben het lichaam
met gebroken been
Ik ben de kaars
die niet wil branden
Ik ben de dichter
die niet schrijven kan
Ik ben de schepper
zonder handen
Ik ben het lichaam
met gebroken been
Ik ben de kaars
die niet wil branden
I don't need to feel bad about myself,
but it sometimes seems to make life a little less difficult
Instead of forcing yourself to smile, you
give in to the frown
(I'm against using force, did you know that?)
Letting the tears flow is easier than
holding them back
And you can't be brave all the time,
believe me, I've tried
So when you can't move because
of the pain in your back from the
weight on your shoulders, you should
stop putting your foot down and start
looking up
To the skies, perhaps, if that works
for you
But what I always do, I look up to
the eyes of the people who are
willing to put their foot down
for me
De man komt aan
bij het kruispunt en remt
net voordat de haaientanden zich
in zijn voorwiel kunnen vastbijten
Ogen, wimpers, wangen
vingers over lippen laten
een rode veeg achter op
haar huid
Het gaat zo snel
Het gaat haar te snel
en toch grijpt ze ongeduldig
naar de revers van zijn jas
Alles kan gebeuren;
er gebeurt niets
De man staat bij het kruispunt
te wachten
op een auto om op te wachten
Klik hier en dan heel goed zoeken…
De bundel ligt vanaf morgen in de winkels.
De tranen die op mijn boek vallen
worden opgedronken door
de bladzijdes
De rest gaat verloren op de grond
Mijn ogen zijn dicht
ze zijn dichter
bij jou
Ze staat op de hoek
hoge hakken, lipstick van haar moeder gepikt
grote ogen, van iemand die probeert
vroeg wijs te zijn.
Ze staat op de hoek
stopt haar mobiel weg, trekt
haar rokje recht en pakt
een pakje sigaretten uit haar tas.
En ze steekt er een op met
haar aansteker en neemt
een trekje, alsof ze
precies weet wat ze doet.
Ze staat op de hoek
te wachten, mooi te wezen,
ze heeft al lang door dat
iedereen die langs loopt naar haar kijken moet.
Ze staat op de hoek
alsof ze er altijd heeft gestaan
en altijd blijven zal, dit is haar hoek,
haar plek, haar portretlijst.
En ze neemt de sigaret uit
haar mond, tussen twee vingers geklemd en
blaast de rook uit, alsof ze
precies weet wie ze is.
Ze staat op de hoek
haar blonde haren waaien op in een windvlaag, ze haalt
haar handen erdoorheen, snel weer goed doen voordat
iemand het ziet en ik ben trots dat ik het zag.
Ze staat op de hoek
en kijkt om zich heen, zou ze merken dat ik
naar haar kijk en dat ik haar beschrijf en dat ik
haar wil zijn, nog liever dan dat ik mezelf wil zijn.
En ze gooit de nog smeulende
peuk op de grond en trapt ‘m
uit met haar schoen, alsof ze
precies weet hoe het moet.
Yesterday morning, woke up in my bed,
all alone, again.
The smell of coffee made me sick, that’s strange,
’cause I’ve always found it quite comforting
to make myself some coffee in the morning.
Guess I’ll just switch over to tea, as if
my life hasn’t changed enough yet.
Ik schud mijn hoofd.
Ik zit achter de computer en ik schud mijn hoofd.
Blijkbaar voldoet enkel schudden niet, want ik zeg hardop "Nee."
"Nee."
Ik kijk naar het scherm. Het is helemaal wit.
Helemaal, afgezien van een klein streepje in de linker bovenhoek.
Het streepje knippert, alsof het me wil aanmoedigen. Alsof het wil zeggen "Toe dan, druk die toetsen dan in, schrijf!"
Maar ik druk niets in.
Ik staar naar het scherm, en zeg "Nee."
Blijkbaar is dit niet genoeg voor het streepje, want het blijft maar knipperen.
"Toe dan, schrijf dan!"
Ik gehoorzaam.
Langzaam, met één vinger, druk ik de toetsen in.
Bij het verschijnen van de letters springt het streepje hoopvol naar voren.
Nee.
De eenzaamheid van de priemgetallen, door Paolo Giordano.
Mooiste boek ter wereld.